Mama, waar komen baby’s vandaan?”, “Ik ben verliefd op Bas”, “Waarom krijgt mijn broer haar op zijn gezicht?”. De seksuele ontwikkeling is iets wat al begint bij de geboorte en vrijwel een leven lang door gaat. Het speelt dus op elke leeftijd een rol. Als ouder heb je de (soms lastige) taak om te praten over seksualiteit en je kind te begeleiden bij deze ontwikkeling. Wat belangrijk is bij de verschillende leeftijdsfasen en tips om er over te praten lees je hieronder.

Baby/peuterfase (0-3 jaar):
Tijdens deze leeftijdsfase zijn kinderen bezig met het leren kennen van het eigen lichaam. Je kunt je kind hierbij helpen door boekjes te lezen of plaatjes te gebruiken die het kinderlichaam weergeven. Hierbij kun je de verschillende lichaamsdelen benoemen en uitleg geven. Ook de geslachtsdelen zijn belangrijk om hierbij mee te nemen. Belangrijk is om woorden te gebruiken waar jij je prettig bij voelt.

Kleuterfase (4-6 jaar:
In de kleuterfase zijn kinderen bezig met verschillen tussen jongens en meisjes. Maak van deze ontwikkeling gebruik door te praten over waarin jongens anders zijn dan meisjes. Naast de lichamelijke verschillen tussen jongens en meisjes hebben kleuters ook interesse in verliefdheid (elkaar lief vinden) en de vraag waar baby’s vandaan komen. Het is belangrijk om serieus om te gaan met deze vragen en hierover passende informatie te geven. Plaatjes en/of boeken kunnen helpen om het uit te leggen en visueel te maken. Een leuk boekje wat je hierbij kunt gebruiken is ‘Ik vind jou lief’ van Sanderijn van der Doef.

Basisschoolfase:
(7-9 jaar): Zeven tot negenjarigen zijn al veel meer bezig met verliefdheid en seksualiteit. Praten over wat verliefdheid en bijvoorbeeld zoenen zijn belangrijk op deze leeftijd. Verliefdheid en seksualiteit zijn niet raar of vies maar horen erbij. De eerste veranderingen in het lichaam kunnen besproken en uitgelegd worden zodat kinderen hierop voorbereid zijn. Ook de verschillende functies van de geslachtsorganen kunnen aan bod komen.

(9-12 jaar): In deze prepuberteitfase doen zich de eerste lichamelijke veranderingen voor. Kinderen kunnen hier onzeker van worden als ze niet voorbereid zijn. Het is dus goed om op tijd te praten over de veranderingen in een jongens- of meisjeslichaam zodat kinderen weten wat ze kunnen verwachten. Voor meisjes is het belangrijk dat ze weten wat menstruatie is. Voor jongens is het belangrijk dat ze weten over een eerste zaadlozing. Tijdens deze prepuberteitfase kan het lastig zijn om over seksualiteit te praten. Naast het ‘praten over’ kun je ook een boek geven of in de buurt laten liggen zodat kinderen zelf de informatie kunnen lezen waar ze interesse in hebben.

Het is dus goed om op tijd te praten over de veranderingen in een jongens- of meisjeslichaam zodat kinderen weten wat ze kunnen verwachten.

Begin puberteit (13-15 jaar):
Pubers worden zich in deze fase erg bewust van het eigen lichaam (en de veranderingen hierin) en dat van anderen. Ze krijgen schaamhaar, meisjes krijgen borsten en worden voor het eerst ongesteld. Jongens hebben hun eerste zaadlozing, krijgen de baard in de keel en later ook baardgroei. Daarnaast zijn ze in deze fase al veel bezig met contact leggen met anderen (van het andere geslacht). Het is spannend en soms ook ingewikkeld om verliefd te zijn en verkering te hebben. Een aantal kinderen gaan in deze fase ook hun eigen lichaam en dat van het andere geslacht ontdekken. Juiste informatie over seks, anticonceptie en soa’s zijn erg belangrijk. Op school wordt hier vaak ook aandacht aan besteed.

Einde Puberteit (15-19 jaar):
De meeste jongeren krijgen verkeringen op deze leeftijd. Hierin gaan ze steeds verder en doen ze vaak hun eerste seksuele ervaringen op. Ook gedachten over homoseksualiteit en heteroseksualiteit houden jongeren van deze leeftijd bezig. Tijdens deze fase is het belangrijk om open te praten over relaties met iemand van het andere of hetzelfde geslacht. Daarnaast blijft informatie over seks, anticonceptie en soa’s belangrijk.

Tips om er over te praten:

● Begin er op jonge leeftijd mee. Seksualiteit staat nog wat verder van de kinderen af en is dus makkelijker bespreekbaar. Daarnaast zijn ze de openheid dan meer gewend als ze ouder zijn.

● Maak gebruik van spontane aanleidingen en vragen. Een film, verhaal of gebeurtenis kan aanleiding voor het gesprek zijn.

● Wacht niet altijd tot je kind vragen gaat stellen, ze zijn er vaak in hun hoofd en/of onbewust al eerder mee bezig.

● Praat op het niveau van je kind, niet te moeilijk en niet te veel in één keer.

● Praat niet zomaar over je eigen seksuele ervaringen.

● Maak gebruik van leeftijdsgebonden boeken en/of websites. Deze bevatten de juiste informatie voor jouw kind en maken het soms makkelijker om er over te praten. Op internet zijn veel verschillende boeken over seksualiteit van Sanderijn van der Doef te vinden maar ook het boek ‘Seks enzo’ van R. Harris en de informatie van de Rutgers Nisso Groep zijn aanraders. Soms kan het helpen op een boek op tafel of in de slaapkamer te laten liggen zodat ze er (zonder dat iemand het ziet) zelf nog eens in kunnen kijken.

● Bespreek ook regels en grenzen. Het is belangrijk dat kinderen weten wanneer ze ‘nee’ kunnen/moeten zeggen als het gaat om seksualiteit.