Problemen, jong  of oud, iedereen komt ze tegen en reageert anders. Sommige kinderen gaan huilen, anderen gaan slaan en weer anderen rennen direct naar hun ouder(s). Niet echt handige methoden om tot een passende oplossing te komen . Uit onderzoek is gebleken dat veel  jonge kinderen onhandig reageren op problemen omdat zij geen andere manier kennen, of omdat de onhandige aanpak onbewust wordt aangemoedigd door de ouders of andere kinderen.  Gelukkig kun je jouw kinderen aanleren hoe zij zelfstandiger en op een goede manier (sociale) problemen kunnen oplossen. In dit artikel leggen we uit hoe jij dat kunt doen en geven we tips.

Geef het goede voorbeeld
Voor kinderen is het een belangrijke leerervaring om te zien hoe anderen met problemen omgaan en deze oplossen. Door te zien hoe jij problemen bespreekt, onderhandeld, conflicten oplost en resultaten van oplossingen beoordeeld leert jouw kind door voorbeeldgedrag. Kinderen leren ook over hun eigen gedrag door te zien hoe hun ouders omgaan met dagelijkse problemen. Je kunt ook af en toe wat extra aandacht vragen voor de manier waarop jij met problemen omgaat. Dit kun je doen door bijvoorbeeld te benoemen dat je ergens over na moet denken, je jezelf afvraagt welke oplossingen er zijn en door aan te geven dat jullie als ouders samen moeten overleggen.

Je kind leren om problemen op te lossen
Wanneer kinderen naar ons toe komen rennen met een probleem  is het verleidelijk om hen te vertellen wat zij het beste kunnen doen. Het is echter veel effectiever om hem/haar zelf te laten nadenken over de oplossingen met behulp van onderstaande stappen. Door alleen te zeggen ‘los het samen maar op’ bereik je ook niet het gewenste effect. Kinderen moeten eerst leren hoe zij op een goede manier met conflicten en problemen kunnen omgaan. Als je kind tijdens een conflictsituatie overstuur of kwaad is heeft het waarschijnlijk wel wat meer moeite met nadenken dan op een rustig moment. Je kunt dan proberen je kind te kalmeren door te praten en helpen met het verwoorden van de situatie.  Als dit niet lukt kun je er beter over ophouden en er op een later moment op terug komen. Na afloop kun je dan als nog onderstaande stappen doornemen.

Het probleem en gevoelens beschrijven
Het eerste wat kinderen moeten ontdekken voordat zij de probleemoplossende vaardigheden kunnen leren zijn hun eigen gevoelens. Als kinderen zich niet fijn voelen en bijvoorbeeld boos, verdrietig of bang zijn, is dit een teken dat er een probleem is dat moet worden opgelost. Kinderen moeten dus eerst leren hun gevoelens te herkennen en benoemen. Hier kun je ze bij helpen door te benoemen wat jij ziet bij je kind. Dit kun je doen door te zeggen ‘Ik zie dat je boos bent omdat je broer  al heel lang met het speelgoed speelt waar jij ook mee wil spelen’.  Hierdoor leer je jouw kind om problemen op een duidelijke manier te omschrijven. Maar vul niet te veel in als jouw kind vertelt over zijn/haar probleem. Het verkeerd interpreteren van de situatie door jou als ouder kan voor meer weerstand bij je kind zorgen. Probeer je in te leven en het probleem te zien door de ogen van je kind. Als je kind gelooft dat jij zijn/haar kant van het probleem begrijpt zal hij/zij meer gemotiveerd zijn om samen aan een oplossing te werken. Naast de eigen gevoelens is het belangrijk dat kinderen leren denken aan de gevoelens van anderen. Ook hier kun je naar vragen en je kind bij helpen door te vergelijken met hun eigen gevoelens en andere situaties. Bijvoorbeeld ‘Hoe zou je broer zich voelen terwijl hij met het speelgoed speelt?’ , ‘Hoe zou jij je voelen als je er mee kon spelen?’.

Oplossingen bedenken
Na het beschrijven van het probleem kun je jouw kind helpen nadenken over mogelijke oplossingen voor het probleem. Vraag je kind zo veel mogelijk  creatieve oplossingen te bedenken. Het helpt om je kind complimenten te geven voor het bedenken van verschillende oplossingen. Neem de oplossingen die je kind beschrijft serieus en keur ze niet af, ook als het geen goede of handige oplossingen zijn. Als je kind er zelf helemaal geen kan bedenken kun je eerst zelf een aantal voorbeelden geven. Zorg in ieder geval dat je samen drie oplossingen hebt bedacht. Voorbeelden van oplossingen voor het eerder beschreven probleem: Tegen je broer schreeuwen en huilen, naar mama gaan, het speelgoed gewoon afpakken, vragen of je er mee mag spelen, iets er voor ruilen, aanbieden er samen mee te spelen.

Neem de gevolgen door
De volgende stap is dat je samen nagaat wat er bij het uitproberen van elke oplossing kan gebeuren. Welke gevolgen horen bij de oplossingen. Probeer hierbij aandacht te hebben voor de gevoelens van je eigen kind en die van de ander. Je kunt bijvoorbeeld vragen: ‘Wat gebeurt er als je het speelgoed gaat afpakken?’ ,‘Hoe voelen jij en je broer je bij een gevecht/ruzie?’, ‘Wat gebeurt er als jullie van speelgoed ruilen?’, ‘Wat zal hij zeggen als je netjes vraagt of je mag meedoen?’.

Kies je oplossing
Help je kind na het bespreken van de gevolgen bij het kiezen voor de beste oplossing(en).  Door het als een keuze te brengen is je kind zelf verantwoordelijk voor het oplossen van het probleem. Je kunt je kind helpen door te vragen welke oplossing voor een prettig(er) gevoel zorgt, welke eerlijk is en wat zij de beste keus vinden.

Probeer je in te leven en het probleem te zien door de ogen van je kind. Als je kind gelooft dat jij zijn/haar kant van het probleem begrijpt zal hij/zij meer gemotiveerd zijn om samen aan een oplossing te werken.

De oplossing uitproberen
Je kunt je kind nu stimuleren om de gekozen oplossing te gaan toepassen of aanbieden om het samen te proberen. Als het oorspronkelijke probleem of de situatie niet meer van toepassing is kun je later op de dag of bij een vergelijkbare situatie jouw kind helpen herinneren aan de oplossing.

Resultaat beoordelen
Veel kinderen hebben moeite met de vaardigheid om eerdere ervaringen te gebruiken voor huidige of toekomstige situaties.  Door samen te bespreken hoe het uitproberen van de oplossing ging kun je jouw kind hierbij helpen. Het helpt je kind om te beoordelen hoe goed hij/zij is in het oplossen van problemen (in echte of verzonnen situaties) en of oplossingen weer gebruikt kunnen worden in toekomstige vergelijkbare situaties. Het helpt je kind dus zowel bij het terugblikken als vooruit denken. Als een oplossing het gewenste effect heeft gehad is het belangrijk je kind te complimenteren voor het zelfstandig maken van een keuze en het oplossen van een probleem. Als de oplossing niet het gewenste effect heeft, kun je jouw kind aanmoedigen om over andere oplossingen na te denken. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Oké, dit was toch niet de beste keuze want jij voelt je nu rot. Dat willen we niet nog een keer. Welke andere keus kan je de volgende keer maken?’. Geef bij deze stap ook complimenten over de inspanning die jouw kind getoond heeft  om na te denken en het probleem op te lossen. En zorg dat hij/zij weet dat je trots bent ongeacht de eventuele uitkomst.

Problemen oplossen in 6 stappen
Voor kinderen is bovenstaande omschrijving een gemakkelijke manier die hen kan helpen bij het oplossen van problemen. De 6 stappen methode kun je eerst een periode samen oefenen. Later kun je het je kind ook zelf laten doen. Hier onder een overzicht van de stappen en vragen die je aan jouw kind kunt stellen om het probleem op te lossen met behulp van de eerder beschreven 6 stappen.

StapOmschrijvingVragen die je (samen) kan beantwoorden
1Wat is het probleem?– Wat is precies mijn probleem?
– Welke gevoelens heb ik hierbij?
2Oplossingen bedenken– Welke oplossingen zijn allemaal er mogelijk?
3Wat zijn de gevolgen?– Wat kan/zal er bij elke oplossing gebeuren?

– Welke gevoelens heeft iedereen?

4Maak een keuze– Welke oplossing is het beste? Waarom?

– Is de oplossing eerlijk?

– Leidt het tot fijne gevoelens?

5Uitproberen– Hoe kun je deze oplossing gebruiken?
6Hoe ging het?– Werkte de oplossing? Waarom wel/niet?

– Hoe voelde iedereen zich?

– Hoe heb jij je best gedaan?

Let op: Voor kinderen tussen de 3 en 8 jaar zijn stap 1 (wat is mijn probleem) en 2 (het bedenken van mogelijke oplossingen) belangrijke vaardigheden om te leren. De stappen 3 (nadenken over de gevolgen) en 4 (het maken van een juiste keuze) zijn een stuk moeilijker om te doorlopen. De mogelijkheid om vooruit te kunnen denken is een belangrijke ontwikkelingstaak voor jonge kinderen en extra moeilijk voor kinderen die bijvoorbeeld hyperactief/impulsief zijn. Stap 5 (toepassen) en 6 (terugblikken) zijn geschikt om te leren aan oudere kinderen (vanaf 8 jaar). Jonge kinderen moeten eerst leren  om verschillende oplossingen te bedenken en leren begrijpen dat sommige oplossingen beter zijn dan andere.

Tips bij het oefenen met problemen oplossen
–  Stel zo veel mogelijk open vragen om het denkproces van je kind te stimuleren. ‘Hoe’ en ‘wat’ vragen zijn voor kinderen het best te beantwoorden. Probeer waarom-vragen, meerkeuzevragen en gesloten vragen te vermijden of tot een minimum te beperken. Deze vragen leiden namelijk sneller tot een discussie en kinderen kunnen zich eerder aangevallen of schuldig voelen.
–  Een leuke manier om kinderen te leren hoe zij problemen kunnen oplossen is door er een detective spelletje van te maken. Door middel van verhalen kun je samen problemen bedenken. De kinderen zijn de detectives die de problemen moeten oplossen.
– Oefen het problemen oplossen in 6 stappen met je gezin door een leuk of lekker probleem te kiezen. Bijvoorbeeld: Er zijn 5 stukken chocolade en 4 gezinsleden, iedereen wil een andere leuke activiteit doen dit weekend. Probeer de gekozen oplossing dan ook echt samen uit.

Heb je na bovenstaande tips nog vragen of wil je liever persoonlijk advies? Stel dan jouw persoonlijke vraag via het aanmeldformulier.