Kinderen liegen wel eens of ze vertellen niet de waarheid. Niet alle kinderen doen dit opzettelijk. Veel ouders zijn wanhopig als hun kind veel liegt. Volgens psychologen is het geen teken dat kinderen slecht opgroeien. Integendeel, leugens laten zien hoever een kind is in zijn ontwikkeling. In deze blog: waarom liegen kinderen, lieggedrag per leeftijdsfase en praktische tips om als ouder om te gaan met het lieggedrag van je kind.

Waarom liegen kinderen?

Alle kinderen gaan door een fase heen waarin ze iets vaker liegen. Liegen hoort bij een gezonde ontwikkeling. Kinderen liegen om verschillende redenen. Toch vinden veel ouders een kinderleugen een probleem en is ongerust zijn soms nodig. Bijvoorbeeld wanneer kinderen hun relaties met anderen vaak op het spel zetten. Redenen waarom kinderen liegen:

  • Zichzelf of anderen willen beschermen
  • Geen straf willen krijgen
  • Hun omgeving niet willen teleurstellen
  • Ze zichzelf beter willen voordoen
  • Ze iets willen
  • Ze een geheim moeten bewaren

Sommige kinderen liegen meer dan andere, dat kan met hun persoonlijkheid te maken hebben. Kinderen die opgroeien in een omgeving waarin vaak wordt gelogen zullen sneller een leugen vertellen. Liegen heeft ook te maken met intelligentie. Een kind moet zich kunnen verplaatsen in wat de ander wel of niet weet, de feiten verdraaien en zorgen dat de ander er niet achter komt. En omdat het liegen dus ingewikkeld is, doorlopen kinderen volgens Canadese Ontwikkelingspsycholoog Lee een aantal fasen voordat ze het kunnen beheersen:

0 tot 2 jaar

De eerste twee jaar van hun leven liegen kinderen niet veel. Ze zijn dan vaak nog niet taalvaardig genoeg om een leugen in elkaar te zetten. Kinderen kunnen wel gewoon vergeten dat ze iets fout hebben gedaan. Ze liegen dus niet, ze weten het niet meer omdat het te onbelangrijk was om te onthouden.

Liegen heeft ook te maken met intelligentie. Een kind moet zich kunnen verplaatsen in wat de ander wel of niet weet, de feiten verdraaien en zorgen dat de ander er niet achter komt.

2 tot 4 jaar

De grens tussen de werkelijkheid en fantasie is op deze leeftijd soms flinterdun. Ze kunnen een verhaal vertellen vol fantasie en doen alsof het echt is. Dit is geen liegen maar opgaan in hun eigen fantasiewereld. Experimenten laten zien dat kinderen vanaf 2 à 3 jaar in staat zijn om een leugen te vertellen, stelt Lee. Maar 2- en 3-jarigen zijn verschrikkelijk slechte leugenaars. Hun gezicht spreekt boekdelen. Kinderen kunnen op deze leeftijd nog niet inschatten wat anderen wel of niet weten en verraden zich ook door wat ze zeggen.

4 tot 9 jaar

Kinderen leren op deze leeftijd zich te verplaatsen in wat een ander weet. Liegen gaat ze daardoor steeds beter af. Ook gaan kinderen van deze leeftijd steeds meer leugentjes om bestwil vertellen. Kinderen van vier jaar weten als verschil tussen een ‘slechte’ leugen die ze vertellen om geen straf te krijgen en een ‘goede’ reden om de gevoelens van een ander te sparen. Vanaf 6 jaar kunnen kinderen zich zo goed verplaatsen in een ander dat ze goed kunnen liegen. Het is goed om kinderen onder de 9 jaar bewust te maken van dat ze liegen. Na die leeftijd verbloemen kinderen hun leugens met een duidelijk verhaal en hebben ze een ‘pokerface’. Omdat ze zich steeds meer bewust zijn van hoe ze overkomen, durven ze de ander recht in het gezicht aan te kijken als ze liegen. Ook kunnen culturele verschillen in redenen ontstaan in deze leeftijd.  Kinderen uit Westerse landen beschermen zichzelf of hun eigen vriendjes. In China liegen ze juist om hun team of groep voor straf te behoeden, daar ligt meer druk op groepsbelang.

12 tot 18 jaar

Bijna elke pubers blijkt wel eens tegen zijn ouders te liegen. Dat doen ze vooral over waar ze uitgaan en met wie, hoe ze hun geld besteden en wat ze doen als hun ouders niet thuis zijn. Voor ouders is het ook goed om te verwachten dat pubers niet alles meer vertellen. Ze willen niet meer alles met hun ouders bespreken. Dit is een belangrijk punt voor pubers om hun eigen identiteit op te bouwen.

Praktische tips

– Lieg zelf niet

– ‘Ontmasker’ niet in gezelschap. Laat een kind aan opa vertellen dat het tien doelpunten maakte in de laatste wedstrijd. Opa vindt het verhaal geweldig en weet ook wel dat het verhaal met een korreltje zout moet worden genomen. Op dat moment ingrijpen is niet alleen gênant voor het kind maar ook voor de volwassenen in zijn omgeving.

– Uit onderzoek is gebleken dat de kans dat je kind gaat liegen met 25% daalt op het moment dat je je kind eerst een belofte laat doen. Door bijvoorbeeld te zeggen ‘mama, gaat je nu iets vragen en ik wil dat je belooft dat je eerlijk antwoord geeft’.

– Een andere manier die goed werkt is om te benadrukken dat je blij bent als je kind de waarheid vertelt. Een kind heeft niet meer het gevoel dat hij je zal teleurstellen en je hebt de kans op het spreken van de waarheid vergroot. Je kunt bijvoorbeeld tegen je kind zeggen dat je eerlijkheid belangrijker vindt dan hetgeen dat hij heeft gedaan, en dat ze geen straf krijgen als ze het eerlijk vertellen.

– Als je straf geeft bedenk dan, hoe zwaarder de straf, hoe meer reden voor de volgende leugen. Bedenk geen straf wanneer je nog erg boos bent.

– Probeer altijd de achterliggende reden van de leugen te achterhalen.

– Breng je kind niet in de verleiding om te liegen. Vraag niet: ‘Heb je op tafel getekend?’, als jij je kind het hebt zien doen. Zeg liever: ‘Je weet dat je niet op tafel mag tekenen. Wil je dat niet meer doen?’

Tot slot: kinderen die opgroeien in een veilige omgeving waarin ze fouten mogen maken en zo af en toe met een leugen kunnen experimenteren, worden zelfverzekerde volwassenen. Maak je je zorgen om het lieggedrag van je kind en wil je graag dat een deskundige met je mee denkt? Neem dan contact op door het aanmeldformulier in te vullen.

Bron:
http://mens-en-samenleving.infonu.nl/ouder-en-gezin/40021-waarom-liegen-kinderen-en-ouders.html
http://www.psychologiemagazine.nl/web/Artikelpagina/Kinderleugens.htm