De meeste ouders van een jongere tussen de 13 en 18 jaar zullen hun kind wel eens zien gamen. Maar kan het nou wel of geen kwaad? Wanneer spreek je van onschuldig gamegedrag en wanneer van een gameverslaving? In dit artikel lees je meer informatie over gamende jongeren en tips om het gamegedrag van jouw kind bij te sturen.

Welke games wel en welke beter niet?
Het kan voor jou als ouder behoorlijk lastig zijn om te bepalen of een game wel of niet geschikt is voor de leeftijdsfase waarin je kind zich bevind. Net als voor tv-programma’s en films (Kijkwijzer) is er een classificatie-systeem voor games. Dit systeem heet PEGI (Pan European Game Indicator) en heeft vergelijkbare aanduidingen met de Kijkwijzer. De PEGI-symbolen staan – net als bij DVD’s – op de verpakking van een spel. Linksonder op de voorkant wordt de leeftijdsindicatie gegeven. De PEGI-leeftijdsaanduiding geeft aan vanaf welke leeftijd zo’n game niet meer schadelijk is voor een kind. Linksonder op de achterkant staan de icoontjes voor seks, geweld, grove taal, drugsgebruik en discriminerende teksten. Zo kun je als ouder bepalen of je een game wel of niet wilt kopen voor je kind. Om strijd te voorkomen is het goed om toe te lichten waarom jouw kind bepaalde games niet mag spelen. Het PEGI-systeem is niet bedoeld om kinderen te beperken in het doen van leuke dingen, maar om ze te beschermen tegen mogelijke schadelijke beelden en suggesties.

Het is niet altijd ongezond voor een kind als hij dol is op gamen. Wees als ouder niet direct overbezorgd maar wel alert op de signalen van een ongezonde obsessie.

Gewelddadige games dus agressief gedrag?
Er wordt veel geschreven en gepraat over de schadelijke gevolgen van gewelddadige games en tv-programma’s. Dit is echter moeilijk te bewijzen. Om te beginnen hangt het ervan af hoe realistisch het geweld is. Tekenfilm-geweld is bijvoorbeeld niet schadelijk voor kinderen. Foto-realistisch geweld daarentegen, zoals in de moderne games, kan wél schadelijk zijn. In het algemeen geldt: hoe realistischer, hoe schadelijker. Daarnaast is er (waarschijnlijk) een verschil tussen passief kijken naar geweld (via tv of dvd) en het actief spelen van een gewelddadige game (bijvoorbeeld met de Wii/X-box). Veel wetenschappers gaan ervan uit dat het spelen van games meer emoties losmaakt en daardoor meer invloed heeft op het gedrag van kinderen dan passief kijken. Dat komt doordat je bij het gamen zelf de knoppen van de controller bedient en dus zelf geweld moet uitoefenen. Uit onderzoek is ook gebleken dat gewelddadige games vooral op korte termijn van invloed kunnen zijn op kinderen. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in: geëmotioneerd zijn, druk of onrustig gedrag vertonen, moeite hebben met concentreren of snel geïrriteerd zijn. Op langere termijn zijn effecten op gedrag en houding minder sterk aangetoond, maar ze kunnen ook niet helemaal uitgesloten worden.

Jonge kinderen, kinderen die van zichzelf agressieve neigingen hebben en kinderen met een stoornis als ADHD of Autisme hebben meer risico om agressiever worden van het spelen van gewelddadige games. Maar er is nog te weinig betrouwbaar onderzoek naar de directe gevolgen van gewelddadige games en agressief gedrag. Het blijft heel belangrijk dat je als ouder in de gaten houdt wat de gevolgen en effecten op jouw kind zijn. Het ene kind is het andere niet en het ene spel is het andere niet.

Onschuldig gamen vs. Gameverslaving
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 12.000 jongeren in Nederland gameverslaafd zijn. Dit is een aantal wat de afgelopen jaren is toegenomen. Maar je hoeft je als ouder niet direct zorgen te maken als jouw kind veel tijd achter een beeldscherm doorbrengt. De volgende signalen kunnen wijzen op een mogelijke afhankelijkheid of (beginnende) gameverslaving: vaak meer of langer gamen dan afgesproken of gepland, niet kunnen stoppen met gamen, een groot deel van de dag (in gedachten of in het echt) bezig zijn met gamen, andere activiteiten uitstellen of helemaal niet uitvoeren, verminderen van sociale contacten in de ‘echte wereld’ of alleen nog maar sociale contacten hebben via de game, slechtere schoolprestaties, een verstoord dag- en nachtritme, verslechteren van de persoonlijke verzorging, en woedend reageren als het spel wordt verstoord of als iemand op het gedrag wordt aangesproken. Herken je jouw kind in deze signalen? Zoek dan professionele hulp bij een verslavingsinstelling of psycholoog. Dit kan eventueel via de huisarts.

Als een kind/jongere meerdere interesses heeft en zich op verschillende manieren kan ontspannen, een goed dag- en nachtritme heeft en gewoon naar school of werk gaat, is er weinig reden tot ongerustheid. Er is dan waarschijnlijk geen sprake van een gameverslaving.

Tips voor ouders

  • Het is niet altijd ongezond voor een kind als hij dol is op gamen. Wees als ouder niet direct overbezorgd maar wel alert op de signalen van een ongezonde obsessie. Bijvoorbeeld extra prikkelbaarheid als de computer niet beschikbaar is of een slecht humeur zolang er niet ge-gamed kan worden.
  • Als je je zorgen maakt is het belangrijk om goed na te denken wat precies de zorgen zijn. Zijn het de soorten games die gespeeld worden, de tijdsbesteding, de schoolprestaties of sociale contacten? Praat er vervolgens (afhankelijk van de leeftijd) met je kind over. Kinderen kunnen soms creatief zijn in het vinden van eigen oplossingen.
  • Spelen onder toezicht is beter dan alleen spelen, ga er gerust eens naast zitten en neem (uitgebreid) de tijd om je kind te laten uitleggen wat hij/zij zo leuk vind aan het spel.
  • Maak afspraken over de hoeveelheid tijd dat jouw kind mag gamen. Begin hier (wanneer mogelijk) al op jonge leeftijd mee. Kinderen hebben duidelijke regels en begrenzing nodig als het gaat om gamegedrag.
  • Bespreek het geweld in games en probeer in te schatten hoe jouw kind erover denkt. Als hij/zij begrijpt dat het geweld nep is, en dat je het niet serieus moet nemen, is de kans op beïnvloeding kleiner.
  • Kijk goed hoe jouw kind op de games reageert. Als hij/zij er helemaal in opgaat, en de bewegingen na afloop na blijft doen, is jouw kind er misschien nog te jong voor. Probeer dan een andere game. Als hij/zij er afstand van kan doen, en niet gaat zeuren om de game steeds vaker te spelen, is de kans op beïnvloeding ook kleiner.
  • Zorg ervoor dat het huiswerk en schoolprestaties niet verwaarloosd worden.
  • Zorg ervoor dat de (offline-) sociale contacten niet verwaarloosd worden.

Nuttige sites
www.pegi.info
www.mediaopvoeding.nl
www.weetwatzegamen.nl
www.gameadviesopmaat.nl