Negeren, aanspreken, corrigeren, waarschuwen of straffen. Omgaan met het ongewenste gedrag van kinderen is een van de moeilijkste dingen van het opvoeden. Daarom probeer je als ouder vaak van alles om het vervelende gedrag van je kind te corrigeren. In deze blog lees je tien valkuilen (in willekeurige volgorde) bij het corrigeren waar we stiekem bijna allemaal wel eens in trappen. En we vertellen je waarom je dat beter niet kunt doen.

1. Schreeuwen

Het overkomt zelfs de beste ouder(s) wel eens. Na herhaaldelijk waarschuwen blijft je kind nog doorgaan, met als gevolg dat je het zo zat bent en begint te schreeuwen. Probeer dit ondanks je frustratie en/of boosheid toch te voorkomen. Schreeuwen tegen kinderen heeft namelijk geen positief effect op hun gedrag. Ze kunnen er bang of bozer van worden, de boodschap van je verhaal missen, het kan de frustratie bij je kind vergroten en kinderen kunnen er onbewust door leren dat schreeuwen oké is.

2. Dreigen

Ook de tweede valkuil is er eentje waar de meeste ouders wel eens intrappen. Het geven van loze dreigementen. Zorg er voor dat je jouw kind duidelijk waarschuwt en belangrijker nog, doe wat je zegt te gaan doen na de laatste waarschuwing.  Kinderen hebben snel door wanneer je regelmatig dreigt met een consequentie maar deze vervolgens niet nakomt. Dit kan er voor zorgen dat ze je waarschuwingen niet meer serieus zullen nemen.

3. Een andere opvoeder afvallen

Of het nu gaat om je eigen partner, grootouders, oppas of de leerkrachten op school, het kan bij ieder van deze mensen  voorkomen dat ze jouw kind aanspreken op zijn/haar gedrag. Hier mag je het uiteraard mee eens of oneens zijn. Let er echter wel op dat je het gezag van deze medeopvoeders niet ondermijnt. Wanneer je hier, in het bijzijn van je kind, tegen ingaat kan dit je kind verwarren (naar wie moet ik luisteren).  Daarnaast kun je jouw kind, onbewust, de boodschap geven dat zij niet naar de ander hoeven te luisteren. Wacht dus even met het bespreken tot je als volwassenen alleen bent.

‘Ah toe, ik beloof dat ik het echt niet meer zal doen.’ Kinderen kunnen als de beste zeuren, drammen, jammeren of poeslief doen nadat je een consequentie of straf hebt uitgedeeld.

4. Geen duidelijke regels stellen

Het is lastig, en niet helemaal eerlijk, om kinderen aan te spreken op hun gedrag wanneer de regels en grenzen onduidelijk zijn. Hoe duidelijker de regels zijn, hoe beter je kind weet wat er van hem/haar verwacht wordt en hoe minder je hoeft te corrigeren.

5. Omkopen/verleiden

We weten allemaal dat het niet de juiste manier is om je kind iets aan te leren en toch doen we het waarschijnlijk allemaal wel eens. Je kind omkopen/verleiden om te doen wat jij wil. In het begin lijkt het ook wel te helpen. Maar wanneer je dit vaker doet zal je kind uiteindelijk altijd een soort beloning of tegenprestatie verwachten wanneer je hem/haar vraagt mee te werken.

6. Discussie aangaan

Soms kunnen kinderen je heel goed verleiden om met ze in discussie te gaan over bijvoorbeeld de consequenties. Ze proberen te onderhandelen om er zo zelf beter van af te komen. Probeer dit te vermijden. Jij bent de ouder die bepaald wanneer er en welke consequenties er gelden voor het ongewenste gedrag.

7. Vergelijken

‘Waarom kun je niet net als je broer…’ Vergelijkende opmerkingen als deze, kunnen een kind een minderwaardig gevoel geven. Let er bij het corrigeren van kinderen daarom altijd op dat je hem/haar niet als persoon afwijst maar alleen het gedrag van je kind afkeurt.

8. Toegeven

‘Ah toe, ik beloof dat ik het echt niet meer zal doen’.  Kinderen kunnen als de beste zeuren, drammen, jammeren of poeslief doen nadat je een consequentie of straf hebt uitgedeeld. Blijf echter, hoe moeilijk het soms ook is, consequent bij je standpunt. Wanneer je wel toegeeft zal je kind deze tactiek vaker toepassen om zijn/haar zin te krijgen.

9. Zelf het verkeerde voorbeeld geven

Kinderen leren veel van de volwassenen om hen heen. Zeker van hun ouder(s). Zorg er daarom voor dat je zelf het goede voorbeeld geeft. Vergelijkbaar als wat we bij de eerste valkuil al schreven, wanneer jij wegloopt,schreeuwt of fysiek reageert op een conflict geef je jouw kind hiermee onbewust de boodschap dat deze manier van reageren oké is. Je kind kan dit gedrag vervolgens zelf ook gaan vertonen.

10. Fysiek ingrijpen

Uit onderzoek is gebleken dat kinderen angstiger en agressiever worden wanneer ouders fysiek ingrijpen bij ongewenst gedrag. Het zorgt er dus niet voor dat je kind zich beter zal gedragen.