Omgaan met ongewenst gedrag is niet altijd even makkelijk. Als ouder kun je je afvragen ‘Waar komt het gedrag vandaan?’ en belangrijker nog ‘Hoe leer je het af?’. Alle kinderen moeten leren om grenzen te accepteren en teleurstellingen te verwerken als ze niet krijgen wat ze willen. Als ouder speel je hierbij een belangrijke rol. Er zijn verschillende manieren om met ongewenst gedrag om te gaan. Straffen is hierbij soms onvermijdelijk.

Leg uit waarom je de consequentie toepast en doe dit direct. De volgende dag is voor kinderen niet logisch.

Grenzen stellen
Als we het hebben over belonen en straffen zijn duidelijke regels en grenzen van groot belang. Kinderen moeten weten wat er van hen verwacht wordt en hoe ze zich moeten gedragen. Een paar duidelijke basisregels kunnen daar voor zorgen. Regels werken vaak het beste als ze zeggen wat je kind wél, in plaats van niet moet doen. Daarbij is het belangrijk dat de regels haalbaar zijn om op te volgen en dat er niet teveel regels zijn. Als je duidelijke basisregels hebt opgesteld is de volgende stap om ze toe te passen. Dat betekend dat je jouw kind het beste direct kan aanspreken bij een overtreding.

Logische consequenties
Als je kind zich na een waarschuwing niet houdt aan de regel, kies dan een logische consequentie die past bij de situatie en overtreding. Logische consequenties werken meestal het best als ze kort zijn. Tussen de 5 en 30 minuten is voor kinderen vaak lang genoeg. Leg uit waarom je de consequentie toepast en doe dit direct. De volgende dag is voor kinderen niet logisch. Voor ouders is het minstens net zo belangrijk om je aan de afspraak te houden. Als de tijd om is verdient je kind de kans om zich deze keer wel goed te gedragen. Als het ongewenste gedrag binnen een korte tijd weer voorkomt, herhaal de consequentie dan voor een langere tijd, bijvoorbeeld de rest van de dag. Voorbeelden van logische consequenties zijn bijvoorbeeld speelgoed afpakken of de activiteit stopzetten.

Stilzitten of time-out?
Een effectieve manier om ongewenst gedrag af te leren is om bij kleinere overtredingen ‘stilzitten’ en bij grotere overtredingen en ernstigere vormen van ongewenst gedrag een ‘time-out’ toe te passen. Even stilzitten houdt in dat je kind in de zelfde ruimte even apart moet zitten op een door jou uitgekozen plek. Geef in deze tijd geen aandacht aan je kind. Hij/zij moet stilzitten en mag niet praten of de aandacht trekken. Zodra je kind de afgesproken tijd heeft stilgezeten, mag hij weer meedoen met de activiteit.  Als je kind niet stil blijft zitten, kun je hem of haar beter helemaal apart zetten en een time-out toepassen. Belangrijk bij time-outs en stilzitten is dat je als ouder rustig blijft. Het verschil tussen de time-out en stilzitten is dat je jouw kind in een andere ruimte apart zet, in een andere ruimte dan waar het probleem begon. Reageer niet op ongewenst gedrag tijdens de time-out. Praat niet met je kind en geef het geen aandacht. De tijd gaat pas in als je kind rustig blijft zitten.

Korte periodes stilzitten of een time-out werken vaak beter dan langere. Gebruik 1 minuut stilzitten voor 2-jarigen, 2 minuten voor 3-5 jarigen en maximaal 5 minuten voor kinderen tussen de 5 en 10 jaar. Hierbij geldt ook dat het belangrijk is om je kind eerst te waarschuwen voor je de consequentie toepast en dat je goed moet uitleggen wat er van hem/haar verwacht wordt. Na een time-out of stilzitten hoef je niet terug te komen op de situatie. Geef je kind liever een knuffel en laat het verder gaan met de activiteit.
Het allerbelangrijkste bij het afleren van ongewenst gedrag is dat je als ouder consequent en duidelijk bent.