Spoken in de kamer, monsters onder het bed, spinnen die je kunnen opeten. Kinderangsten die bij elk kind wel voorkomen. Welke kinderangsten zijn er op welke leeftijd en hoe ga je daar als ouder mee om?

In de ontwikkeling van elk kind komen angsten voor. Kinderen leren daardoor te leven met het feit dat het bang kan zijn. Kinderangsten hangen meestal samen met de geestelijke ontwikkeling. Hoe meer het van de wereld ziet, des te meer dingen ze angst kunnen jagen. Kinderen ontgroeien hun angsten ook vaak weer vanzelf.

Baby’s
In de babytijd zijn vaak lichamelijke angstreacties te zien bij plotselinge harde geluiden, bewegingen en lichtflitsen. Bij ongeveer 30 weken is bijna elk kind bang om vreemden te zien. Deze angst kan een kind pas doormaken als het onderscheid kan maken tussen bekende en onbekende mensen.

Oplossing
Laat je baby rustig wennen aan vreemde gezichten, zodat ze er vertrouwd mee worden. Begint je baby te huilen wanneer het in de armen van een ander ligt? Pak de baby dan over en laat zien dat je niet weg gaat. Rustgevende woorden en kusjes kalmeert je baby en daarmee laat je duidelijk merken dat er niets aan de omgeving verandert.

Peuter
Als een kind twee jaar is begint het zelfbewustzijn te dagen en dat brengt nieuwe angsten met zich mee. In de tweede helft van het tweede levensjaar begint dan ook vaak de angst voor onweer, storm, donker, grote open vlakten en grote watervlakten. Peuters kunnen in deze periode ook bang worden voor vreemde dieren. Een kind gaat zelfstandig lopen en kan opeens spinnen, mieren en vliegen tegen komen. Verkeerd begrijpen van taal kan ook tot angst leiden. Bijvoorbeeld een meisje die haar oma heeft horen zeggen ‘alweer mieren. Ze eten werkelijk álles op’. Alles dus ook een klein meisje.

In de ontwikkeling van elk kind komen angsten voor. Kinderen leren daardoor te leven met het feit dat het bang kan zijn.

Veel kinderen zijn ook bang om weggespoeld te worden door de wc of het afvoerputje in bad en douche. Zij zien daar veel door verdwijnen. Doordat zij nog geen zicht hebben op maatverhoudingen, beseffen zij niet dat ze zelf veel te groot zijn om daar doorheen te kunnen.

Oplossing
Als ouder kun je je kind ook met woorden geruststellen. Leg door simpele informatie uit over de werking van een afvoerputje om je kind in bad te laten ontspannen. Leg hem uit dat er een verschil is tussen wat echt kan gebeuren en wat er niet kan gebeuren. Het is ook belangrijk dat je zelf het goede voorbeeld geeft. Als je zelf laat zien dat je niet bang bent, zal je kind dat zelf ook niet of minder zijn.

Kleuter
Met het vierde jaar hebben de meeste kinderen een besef van een eigen ik. Dit kan leiden tot vragen als: waar kom ik vandaan? Wat gaat er met me gebeuren? Ze zijn daardoor kwetsbaar en zijn vaak zuinig op hun eigen lijf. Ze kunnen in paniek raken als ze zichzelf verwonden of als hun haren worden afgeknipt door de kapper.
Een kleuter kan zich bedenken van wat er werkelijk gebeurt en zich voorstellen wat er zou kunnen gebeuren. Ze kunnen bang zijn om dood te gaan, al hebben ze nog geen besef wat het is. Vooral kleuters die uitleg hebben gekregen dat doodgaan net  zoiets is als heel lang slapen, durven vaak geen oog meer dicht te doen.

Kleuters kunnen ook bang worden van hun eigen fantasieën, zelf bedachte enge mensen en monsters. Aan het eind van de kleuterperiode kan een kind steeds beter uit elkaar houden wat echt is en wat maar een bedenksel is. Ze krijgen oog voor de werkelijkheid. Dat kan nieuwe angsten opleveren.

Oplossing
In deze ontwikkelingsfase is het heel belangrijk dat je jouw woorden goed kiest wanneer er kinderen in de buurt zijn. Kleuters vangen veel meer op dan je denkt en juist wanneer ze niet alles begrijpen, kunnen ze angstig worden.

Opnieuw geldt dat wanneer je kind ziet dat jij niet bang bent, hij dat ook niet zal zijn. Controleer een kast daarom ook niet vier keer op monsters. Je kleuter zou alleen maar kunnen denken: ‘Waarom kijkt mama vier keer? Misschien is er dan toch iets?’. Het is de uitdaging een balans te vinden tussen reëel en overbezorgd reageren.

Schoolleeftijd
Bij kinderen van zeven kan het voorkomen dat een kind nachtmerries en slapeloosheid heeft door angst en onzekerheid. Kinderen tussen de vijf en acht jaar hebben vaak bepaalde rituelen. Ze mogen bijvoorbeeld niet over bepaalde stoeptegels lopen. In de schoolleeftijd gaan veel kinderen zich afvragen, stel je eens voor dat… Dat papa doodgaat of er brand komt. Ook kunnen ze bedenken stel dat ze me uitlachen. Dit is een beschermend angst en voorkomt dat kinderen asociaal hun eigen gang gaan.

Een nieuwe angst is te zien als een kind elf wordt. Het moet zich begeven in nieuwe situaties en moeten voldoen aan nieuwe eisen. En juist kinderen die vaak van de ene ontwikkeling naar de andere gaan moeten veel beginnerangst doormaken. Als zij daarbij vaak een mislukking ervaren, kan faalangst zich ontwikkelen. Ze denken dan ‘dat kan ik toch niet’ en begint niet meer aan nieuwe dingen.