Slaapproblemen hebben we van tijd tot tijd allemaal. Bij kinderen van 0-4 jaar komen slaapproblemen relatief veel voor. Meestal zijn slaapproblemen bij jonge kinderen het gevolg van nog nawerkende onrust en spanningen van overdag. Verder zien we met name veel fasegebonden problematiek op deze leeftijd: angst om de ouder niet te zien en moeite om even alleen te zijn, protest tegen het naar bed gaan als onderdeel van de autonomieontwikkeling en nachtelijke angsten en nachtmerries. Om inzicht te krijgen in de slaapproblematiek van je kind is het verstandig als ouder te bedenken wat de oorzaak kan zijn van de slaapproblemen van je kind. In dit artikel beschrijven we drie oorzaken en de daarbij behorende oplossingen.

Oorzaak: nawerkende onrust en spanningen van overdag
Veel jonge kinderen raken overprikkeld door alle visuele en auditieve indrukken die ze niet goed kunnen plaatsen binnen hun ervaringswereld. Dit zorgt voor een rusteloos hoofd en lichaam. Als het dan bedtijd is, kan een kind moeizaam tot slapen komen omdat het vol zit met beelden die niet te verweken zijn omdat ze niet te volgen waren.

Als er overdag niet voldoende rustmomenten zijn om dat te doen, moet dit allemaal nog gedurende de avond en nacht gebeuren. Dat kan problemen geven met inslapen en/of doorslapen.
Meer rust en regelmaat overdag is de beste remedie tegen een onrustig slaappatroon. Dit ontstaat door regelmatig verdeeld over de dag ontspanningsmomenten op te bouwen. Het is belangrijk te zorgen dat je kind niet te veel ‘aan zijn hoofd’ heeft. Kondig dus komende activiteiten niet te vroeg aan en laat je kind niet overal in mee beslissen. Wanneer het leven voor je kind voorspelbaar is, hoeft hij minder op te letten en alert te zijn en kan hij zich rustiger overgeven aan de slaap.

Bij het slapen gaan kun je zelf een verhaal vertellen. Als jij vertelt, hoeft je kind niet alert ergens over te gaan denken maar hoeft hij alleen te luisteren. Jij kunt in je verhaal ook emotionele gebeurtenissen van de dag even in herinnering brengen. Vertel het gebeurde neutraal accepterend, zo kan het gaan en vervelende dingen gaan gewoon weer voorbij. Dat geeft rust en overgave en je leert je kind steeds makkelijker verwerken.

Meer rust en regelmaat overdag is de beste remedie tegen een onrustig slaappatroon. Dit ontstaat door regelmatig verdeeld over de dag ontspanningsmomenten op te bouwen.

Oorzaak: nog niet alleen kunnen zijn
Het is voor veel kinderen een hele klus een emotioneel moeilijk moment zelfstandig te overwinnen. Jonge kinderen hebben hun ouders nodig als zij zich even vervelend voelen. Ze moeten nog met hun emoties/frustraties om leren gaan. Als ouders liefdevol en nabij zijn, geeft dit vertrouwen en brengt dat rust. De kunst is je kind door bemoedigende aanwezigheid steeds een stapje verder te brengen in zijn emotionele zelfstandigheid. Dat geeft hem zelfvertrouwen. Probeer je daarentegen elke stemming dip van je kind af te zwakken of op te lossen, dan ontstaan er steeds sneller stemming dips. Het kind leert verwachten dat elk moeilijk moment door jou wordt weggenomen en wordt boos als je dat niet doet. Bestaat dit patroon overdag, dan komt het ’s nachts extremer terug.

Oudere baby’s en jonge peuters begrijpen eerst nog niet dat hun vader of moeder er nog is ook al zien ze hem of haar niet. Speel dus veel kiekeboe en verstoppertje als dit van toepassing is op je kind. Laat de slaapkamerdeur op een kier staan en blijf nog wat in de buurt van de slaapkamer, zodat je kind je nog kan horen bij het inslapen.

Oefen overdag met je kind om even zonder jou te zijn en een stemmingsdip te overwinnen. Dit kan
door bijvoorbeeld bij het koken te zeggen:  “mama, is nu in de keuken en jij bent in de kamer aan het spelen. Als er iets is kun je altijd naar mama komen”. Spreek begripvol en moedig hem aan en wacht even voordat je handelt. Oefen daarna ook bij het inslapen.

Oorzaak: nachtelijke angsten
Peuters kunnen geregeld angstperiodes doormaken. Het kind maakt van alles mee, denkt erover na en haalt zich van alles in zijn hoofd. Jonge kinderen zijn nog voor veel dingen bang, omdat ze niet begrijpen hoe iets werkt of waar het vandaan komt.

Laat je kind zien en voelen waarom jezelf niet bang bent en als je wel ergens bang voor bent, laat je kind dan zien wat je doet om de angst te verminderen. Bijvoorbeeld als je kind bang is in het donker? Een lampje helpt het kind de slaapkamerruimte te herkennen. Leer je kind dat als je aan angstige dingen denkt, je je ook angstig voelt. Als je aan iets ander denkt, bijvoorbeeld aan de paarden op de poster boven je bed, dan is de angst even weg. Zo leer je je kind dat een angstige gedachte meer kunt beheersen dan je denkt. Leer je kind verder dat overdag de tijd is om over de angstervaringen te spreken of te spelen, niet ’s nachts.

Troost je kind altijd. Breng je kind altijd weer tot rust als het ’s nachts van streek is door zijn angst. Als er teveel paniek is of als het angstige denken niet te stoppen is, neem je kind dan bij je in bed. Het ontwikkelen van basisveiligheid heeft prioriteit en het voorkomt dat je kind allerlei irrationele dingen bedenkt. Het gaat bij jonge kinderen meestal om leeftijdsgebonden angst. Zodra een kind ouder is, begrijpt hij hoe het een en ander in elkaar steekt en vervallen veel angsten.

Wil je liever dat één van de pedagogen praktisch en persoonlijk met je meedenkt? Dat kan. Neem contact op door je vraag voor te leggen in het aanmeldformulier.